Eindtijd Profetie / Dwalingen
Theologieen

 

1 A-millennialisme van Augustinus, Luther en Calvijn

1.1Vooraannames A-millennialisme van Augustinus, Luther en Calvijn

Bij iedere uitleg van de Bijbel zijn er altijd vooraannames die iemand heeft voordat hij begint met het uitleggen van de Bijbel of een Bijbelboek. Ook kan het zijn dat bij de uitleg van een Bijbelboek (zoals Openbaring) uitleggingen van andere Bijbelgedeeltes de uitleg mede gaan bepalen. Daarom is het belangrijk om iets van die vooraannames te weten voordat we gaan kijken naar de uitleg zelf.

 

1.1.1   Verband Oude Testament en Nieuwe Testament

Luther zag verschil tussen Oude Testament (wet) en Nieuwe Testament (genade). Calvijn vond het Oude Testament en het Nieuwe aan elkaar gelijk maar verschillend in bediening. Verder waren ze van mening dat de gemeente het geestelijk Israël is.

 
 

1.1.2   Eschatologie

 
Augustinus verbond de oosterse gedachte van contemplatie met de westerse gedachten over het oordeel. Verder was hij sterk beïnvloed door de ideeën van Plato. Hij geloofde eerst in een duizendjarig rijk op aarde maar doordat de chiliasten hier een invulling aan gaven met allerlei eet festijnen vond hij dit later te weinig geestelijk. Later geloofde hij dat het duizend jarig rijk op het tijdperk van de kerk sloeg1. Hiermee geloofde hij wel in het millennium en plaatste de wederkomst na dit millennium2. Hij geloofde ook in de opstanding van het lichaam maar plaatste die aan het eind der tijden.
 

Luther en Calvijn vonden het eigenlijk een verkeerde keuze dat Openbaring in de canon was opgenomen.

 

1.1.3   Geestelijk versus natuurlijk

 

In de stad Gods beschrijft Augustinus uitvoerig hoe de afgoden aanzetten tot het volgen van de begeerte. Deze afgoden zijn volgens Augustinus dan ook boze onreine geesten die de mensen beïnvloeden3. Ook beschrijft Augustinus de oorsprong van de heersers zoals de Romeinen dat geloven. In een voetnoot geeft hij aan dat volgens de Bijbel de oorsprong daarvan in Babel lag met Nimrod4.

 

In het tweede boek beschrijft Augustinus het ontstaan van de stad Gods (Jeruzalem) en de aardse stad (Babylon). Ook beschrijft hij hoe satan de figuurlijke prins van Babylon is en uit de lusthof is verbannen5. Hoewel in de schepping eerst alles goed is geweest en alles met een goede natuur is geschapen heeft de vrije wil uiteindelijk tot zonde heeft geleid6. De duivel was oorspronkelijk goed maar door zijn eigen kwade wil is hij gevallen en in de aller laagste regionen geplaatst7. Ook beschrijft hij hoe deze steden nu nog met elkaar vermengd zijn. Onder de goddelozen bevinden zich ook in het geheim mensen die nog zullen gaan behoren tot het burgerschap van Jezus en in de Kerk bevinden zich ook nog valse christenen8.

 

Bij Luther en Calvijn verdwijnen deze geestelijke betekenissen bijna volledig. Na de verlichting en de ontmythologisering van Bultmann is hier bijna niets meer van over. Kenmerkend voor deze stroming is het niet gericht zijn op de eindtijd.

 

1.2 Hermeneutische keuzes A-millennialisme van Augustinus, Luther en Calvijn

 

Augustinus beschrijft in De stad Gods hoe de kerk De stad Gods voorstelt en vermengd is met de aardse stad. Hij beschrijft ook hoe deze twee steden gescheiden zullen worden9. De stad Gods is het hemelse Jeruzalem. In zijn dagen werd Nero Redivius (Nero de herleefde) door velen gezien als de antichrist10.

 

Over de eerste en de tweede opstanding schrijft Augustinus in de stad Gods hoofdstuk 2.10.6 dat die eerste opstanding de opstanding van de ziel is. In hoofdstuk 2.3.x wordt uitgebreid de verhouding tussen dood en leven beschreven. Door het bad der wedergeboorte, de doop, wordt men levend11. Men wordt een geestelijk mens en een burger van de stad Gods, het Koninkrijk der hemelen. Zo begint het duizend jarig rijk op de eerste pinksterdag en eindigt het duizend jarig rijk bij de wederkomst. De tweede opstanding is dan een opstanding van het lichaam. Dit gebeurd aan het einde van de wereld. Dan vindt het oordeel plaats12. Hermeneutisch zien we hier duidelijk de invloed van de allegorische uitleg.

 

Luther en Calvijn hebben niet veel aandacht besteed aan het boek Openbaring. Calvijn richt zich vooral op het huidige leven en de beproevingen die we door moeten maken omdat we geneigd zijn om ons steeds te richten op het aardse13. Ook spreekt hij over de opstanding op de jongste dag14. Verder verwerpt Calvijn het idee van een rijk van Christus dat maar 1000 jaar duurt. Het Koninkrijk van Christus is al begonnen in de hemel15. Hermeneutisch wordt er dus geen letterlijke maar symbolische uitleg gevolgd.

 

De binding van satan wordt allegorisch uitgelegd en houdt in dat zijn invloed beperkt wordt. Augustinus schrijft hierover dat satan in de afgrond geworpen wordt, dit zijn de harten die zich “afgrondig” afkeren van God. Het verbod om anderen, die voorbestemd zijn voor de stad Gods, te verleiden is verzegeld16. Hij mag dus diegenen die voorbestemd zijn om verlost te worden niet verleiden. Daardoor kan het evangelie hen bereiken.

 

Boersma komt met een heel schema in het verlengde van deze visie. In zijn boek “De Bijbel is geen puzzelboek” neemt hij stelling tegen Hall Lindsey en geeft een verklaring van het boek Openbaring vanuit het A-millennialisme. Ook hij plaatst het boek Openbaring in de geschiedenis van de kerk. Alle periodes zijn telkens weer een herhaling van de hele kerkgeschiedenis. De hele periode van Pinksteren tot de wederkomst is een komen van de Heer. Dit wordt telkens weer op een andere manier herhaald. Eerst de brieven aan de gemeentes. Dan de zeven zegels, bij het zevende zegel ontvouwen zich als het ware de zeven bazuinen. Hierin wordt bewijs gezien dat het gaat om een herhaling van wat daarvoor al getoond was. Dan komen de 2 getuigen, de vrouw en de draak, zeven schalen, het duizendjarig rijk. Zeven keer wordt dus ook de hele geschiedenis doorlopen. Een van de schrijvers legde het uit als concentrische cirkels waarbij de geschiedenis telkens opnieuw doorlopen wordt. Het zesde zegel is dan het eindgericht17. De 144.000 zijn de 12 stammen van Israël x de 12 stammen van de gemeente x 1000 = een onafzienbare menigte. Deze uitleg is een soort Gematria, waarbij een diepere (mystieke) betekenis van getallen gezocht wordt. De 2 getuigen zijn volgens Zacharia 4:11-14 de 2 gezalfden en dus de ambtsdragers in de kerk18. Hermeneutisch wordt het woord gezalfden vertaald met ambtsdragers (gezalfden)  zonder te kijken of de context in beide gevallen wel de zelfde is. Het beest uit de zee is vervolgens de antichristelijke staatsmacht en het beest uit de aarde is de valse profetie die iedereen probeert te laten knielen voor de antichristelijke staatsmacht. Openbaring 15:14-20 is vervolgens een dubbele oogst, de ene voor de hemel en de andere voor de toorn. Het oordeel over Babylon is het oordeel over de afvallige kerk. De bekering van Israël wordt in de tijd van Paulus geplaatst. De uitleg is hierbij dat Israël niet gans verstoten is. Dat gans Israël alsnog zal binnengaan wordt uitgelegd als de ganse gelovige rest uit die tijd. Deze profetie is dus volgens Boersma niet voor de eindtijd bedoeld. Hermeneutisch worden zo niet de individuele woorden symbolisch gezien maar de hele tekst. De uitleg is dan vaak allegorisch.

 

Schema Openbaring volgens A-millennialisme:

 

Figuur Schema Openbaring Post/A Millennialisme

 

1.3         Hermeneutische knelpunten A-millennialisme van Augustinus, Luther en Calvijn

 

Hermeneutisch is de hele uitleg van Openbaring alleen zo te verklaren als men de letterlijke betekenis van de tekst helemaal loslaat en over gaat op de allegorische uitleg. Probleem hierbij is dat dan de interpretatie van de uitlegger sterk mee gaat spelen bij de uitleg. Hermeneutisch is het dus niet controleerbaar. Dit wijkt ver af van wat Openbaring 22:18-19 ons zegt.

 

Daarnaast kunnen de vele beelden en beschrijvingen alleen maar globaal geduid worden. Ze doen geen recht aan de tekst. De verschillende zaken die achtereenvolgens gebeuren in Openbaring worden op één grote hoop gegooid.

 

De uitleg over de eerste opstanding doet hermeneutisch vreemd aan. Er worden twee verschillende begrippen onder dezelfde noemer geplaatst. Daarmee wordt er een eigen gedachte toegevoegd aan de tekst wat typisch is voor de allegorese.

 

Ook de binding van satan wordt geduid op een manier dat het effect ervan totaal niet controleerbaar is. Hermeneutisch wordt er de allegorese gebruikt om de problemen op te lossen dat de werken van satan nog steeds zichtbaar zijn zowel in de kerk als daarbuiten. Er is aan de buitenkant geen verschil merkbaar.

 

Deze uitleg van Openbaring dient dan ook in zijn geheel verworpen te worden omdat Openbaring 22:18-19 hier in alle opzichten overtreden wordt. Er wordt veel van de betekenis weggenomen en via de allegorese wordt er betekenis toegevoegd.

 

[1] Spijker, Eschatologie, bladzijde 167 en Augustinus, A. De stad Gods, Online Bible, Studie editie 2005 (Vertaling: Noordzij, Online Bible, Importantia Dordrecht) hoofdstuk 2.10.7

[2] Post-millennialisme. Dit ligt dicht tegen het A-millennialisme aan omdat daarbij het millennium als tijdperk ontkent wordt. In beide gevallen is de wederkomst van Jezus ook de jongste dag waarop het laatste oordeel plaatsvindt.

[3] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 1.1.3 “Maar ik zeg hiertegen, indien men de overwonnen goden als voorstanders en beschermers wil eren, wat is zulks anders dan dat men gaat vertrouwen, niet op goede goden, maar op kwade en boze geesten.

[4] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 1.3.10 voetnoot 1: “De koninklijke regering is in Egypte gevonden; men zegt, dat Menes daar de eerste koning is geweest. Diodorus evenwel verhaalt, dat Osiris, Horus en enige andere Goden voorheen daar koningen geweest zijn. Doch onze Heilige Schrift zegt, dat Nimrod de eerste koning geweest is en zijn heerschappij binnen Babylon gehad heeft”

[5] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 2.1.15 “Jesaja zegt (betekenende de duivel onder de figuurlijken persoon van Prins van Babylonië) ‘hoe bent gij van de Hemel gevallen, gij schone morgenster. Of hetgeen Ezechiël zegt ‘gij bent geweest in de lusthof Gods, en met allerlei edelgesteenten versierd’”.

[6] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 2.1.17 “Hoe het gebrek van de boosheid niet is een geschapene natuur, maar dat de boosheid tegen de natuur is, en dat de oorzaak van de zonde niet de schepper is, maar de wil”

[7] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 2.1.17  “Alzo heeft Hij teweeg gebracht, dat de duivel door Zijn instelling goed zijnde, en door zijn eigen wil kwaad, in het allerlaagste geordineerd is”

[8] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 1.1.35

[9] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 1.1.35

[10] Hoekstra, E.G., Het einde der tijden (Kampen: Kok, 1997) bladzijde 75, Augustinus, De stad Gods, Hoofdstuk 2.10.19

[11] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 2.3.23  “Dit heeft de apostel alzo gesteld even als zulks in ons volgens het Sacrament van de wedergeboorte geschiedt, gelijk hij elders zegt: zoveel van u in Christus gedoopt zijn, die hebben Christus aangedaan; {#Ga 3:27} doch metterdaad zal zulks dan volbracht worden, wanneer in ons, hetgeen ziellijk is door de geboorte, geestelijk geworden zal zijn door de opstanding;”

[12] Augustinus, De stad Gods, hoofdstuk 2.3.23  Alzo zijn er ook twee opstandingen, van welke de een is de eerste, nl. die van de zielen, welke nu is, en die zodanig is, dat zij niet toelaat te komen in de tweede dood, en de andere is de tweede, welke nu niet is, maar die in het einde van de wereld zijn zal, en deze is niet die van de zielen, maar die van de lichamen, en zal door het laatste Oordeel sommigen zenden tot de tweede dood; En anderen tot dat leeft, hetwelk geen dood heeft.”

[13] Calvijn, Institutie, Online Bible, Studie editie 2005 (Online Bible, Importantia Dordrecht) Boek 3 Hoofdstuk 9 Sectie 1: “Want wij hebben dit vast te stellen, dat het gemoed nimmer met ernst tot de begeerte en de overdenking van het toekomstige leven gericht wordt, tenzij het vooraf door de geringschatting van het tegenwoordige doordrongen zij geworden.”

[14] Calvijn, Institutie, Boek 3 Hoofdstuk 25 Sectie 1

[15] Spijker, Eschatologie, bladzijde 542

[16] Augustines, De stad Gods, hoofdstuk 2.10.7

[17] Boersma, Puzzelboek, bladzijde 45..46

[18] Boersma, Puzzelboek, bladzijde 48

 

Reacties naar: redactie @ eindtijddwaling . nl

Jezus Christus is De Weg, De Waarheid en Het Leven

De tekst op deze website is ontleend aan de NBG-vertaling 1951 © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
Copyright 2012 Henk Haveman, Eemnes.