Eindtijd Profetie / Dwalingen
Theologie

 
 Geestelijk Pre-Millennialisme
 

1.1         Prolegomena Geestelijk Pre-millennialisme “JE vd Brink”

1.1.1   Verband Oude Testament en Nieuwe Testament

 

Veel van het Oude Testament wordt gezien als een geestelijke typologie voor het Nieuwe Testament. Het Oude Testament wordt dus als het ware door de “geestelijke” bril van het Nieuwe Testament gelezen. De geestelijke typologie uit het Nieuwe Testament wordt consequent toegepast op alles. Met het gebruik maken van deze geestelijke typologie vindt er een zo letterlijk mogelijke uitleg plaats (HR1&HR4). Hierbij wordt alles 1 op 1 vervangen door zijn geestelijke tegenhanger. Israël wordt dan ook vervangen door de gemeente.

 

Figuur De gemeente is het Israël van het Nieuwe Testament

 

Israël was de gemeente van het Oude Testament en de Gemeente is het Israël van het Nieuwe Testament. Zowel joden als heidenen maken deel uit van de gemeente , soms als gelovige rest. Romeinen 11:24-26 betekent volgens van den Brink niet dat heel Israël behouden zal worden. Net zoals dat de ‘volheid der heidenen’ niet betekent dat elke heiden behouden zal worden. Bij gans Israël gaat het volgens van den Brink meer om de kwaliteit van de gelovige rest die zal binnengaan dan de kwantiteit. Dit noemt van den Brink de ‘zonen Gods1' die door de Heilige Geest en met kracht gezalfd zijn. Deze ‘zonen Gods’ zijn uitgegroeid tot volwassenheid en de mannelijke rijpheid en zijn instaat om de machten der duisternis te weerstaan. Dit proces van heiligmaking wordt voltooid bij de wederkomst. Dit proces gaat dwars door de verdrukking heen. Er is dan ook geen opname voor de verdrukking. Hierbij haalt van den Brink ook Mattheüs 13:49 aan waarbij de bozen uit het midden van de rechtvaardigen worden afgezonderd. De bozen worden door de geestelijke machten overmeesterd en zo gescheiden van de rechtvaardigen. De ‘zonen Gods’ bereiken hun perfectie door de verdrukking heen. Kenmerkend voor deze groep is de geestelijke groei en strijd.

 

1.1.2   Eschatologie

 

Er wordt uitgegaan van een geestelijke wereld en strijd in de hemelse gewesten. Dit geldt ook voor wedergeboren christenen. Er wordt sterk de nadruk gelegd op geestelijk dood en levend. Dit in tegenstelling tot de dood van het lichaam. Door de letterlijke uitleg gaat men uit van het pre-millennialisme.

 

1.1.3   Geestelijk versus natuurlijk

 

De nadruk ligt volledig op geestelijk.

 

1.2         Hermeneutische keuzes Geestelijk Pre-millennialisme “JE vd Brink”

 

Het “Geestelijk Pre-millennialisme” maakt ook een zo letterlijk mogelijk interpretatie van het boek Openbaring met maximaal gebruik van geestelijke typologie. Openbaring beschrijft de geestelijke werkelijkheid volgens deze visie (HR6).

 

Openbaring 1:19 “Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal.” wordt hier precies andersom uitgelegd als in het dispensationalisme. Het gaat in dit gedeelte over de gemeente. “Hetgeen is” slaat dan op de gemeente in zijn huidige situatie en “hetgeen na dezen” slaat dan op hoe de gemeente zich ontwikkelen zal in een ware en een valse gemeente/kerk2. Het feit dat de aanhef over de gemeente gaat en de brieven aan de gemeente gericht zijn en er geen andere geadresseerde is wordt er van uit gegaan dat de hele profetie over de gemeente gaat tenzij anders vermeld. Ook het slot van Openbaring wijst weer terug naar de gemeente3. Hermeneutisch legt men dit letterlijk uit, dus de hele brief is aan de gemeente gericht en gaat over de gemeente. Er zijn geen prolegomena die mee spelen.

 

Hermeneutisch wordt het als verkeerd gezien om een deel van Openbaring als beeld te zien, geestelijke typologie, en een ander deel als letterlijk (HR6). Hierdoor ontstaat vermenging. De beelden van het oude verbond zijn een geestelijke typologie van het nieuwe verbond. De namen van de 12 stammen zijn geschreven op de poorten van het hemelse Jeruzalem, de gemeente4. Daarom verwijst Openbaring 7:4-8 ook niet naar de 12 stammen van het natuurlijke volk Israël maar naar de gemeente5. Ook de schare die niemand tellen kon uit Openbaring 7:9 is de gemeente in de eindtijd. De geestelijke typologie wordt dus overal in doorgetrokken.  De 144.000 in Openbaring 14:1 worden ook vertaald naar de gemeente. Het zijn dus verschillende beelden van de gemeente. In Openbaring 14:1 staat de gemeente vlak voor de opname op de geestelijke berg Sion (HR8).

 

De boekrol beschrijft de hele geschiedenis van de kerk/gemeente. Bij elke verbreking van een zegel wordt een deel van het plan zichtbaar. Bij de verbreking van het zevende zegel wordt het plan van de eindtijd zichtbaar6. Hiermee wordt betekenis gegeven aan de boekrol en de zegels op een voor de hand liggende, letterlijke manier. Het is de beschrijving van Gods plan voor de toekomst. Ook in de tijdsvolgorde wordt er niets tussengevoegd en bijvoorbeeld gelijk een sprong naar de eindtijd gemaakt. Het beschrijft het hele plan hoe Jezus, met Zijn gemeente, het Koningschap over de hele schepping ontvangt7.

 

Figuur De zegels zijn de hele kerkgeschiedenis

 

Wat betreft de Joden en Israël wordt de betekenis van Openbaring 3:9 heel letterlijk uitgelegd. Zij die op natuurlijke wijze afstammen van Abraham en de wet volgen met haar ceremonieën worden aan de synagoge van satan verbonden. Dit wordt de schijn- of tegenkerk genoemd. Ook de georganiseerde christelijke kerk die zich “geestelijk Israël” noemt, de wet voorleest, kinderen doopt zonder dat ze wedergeboren zijn en vast houdt aan tradities en instellingen wordt hieronder geschaard. Een Jood is hij die innerlijk besneden is8. Het is dus ook de strijd tussen de synagoge des satans, de valse kerk en de ware kerk. Deze typologie komt uit Openbaring 2 en 3. Ook de brieven waarschuwen tegen de verkeerde invloeden.

 

Het eerste zegel toont een wit paard met een ruiter en een kroon, die strijdende uittrekt om te overwinnen. Deze ruiter wordt getypeerd als Jezus. De beschrijving is dezelfde als in Openbaring 19:11 waar de strijd eindigt in de overwinning en de gemeente, ook op witte paarden, Hem volgt. Wit staat hier voor gerechtigheid. Het witte paard voor de kracht van de Heilige Geest. Hermeneutisch wordt elk beeld dus consequent voor hetzelfde gebruikt in het hele boek (HR7&HR8).

 

Figuur Uitleg paarden Openbaring

 

De andere drie paarden zijn de geestelijke machten van de valse kerk. Rood slaat op het bloed van de martelaren van de gemeente die door de valse kerk werden omgebracht. Het zwaard duidt op de valse leringen naar analogie van het zwaard van het Woord Gods. Het derde paard is zwart, het onthoud de kerk van het levend makende Woord, de Bijbel. Er is dus geestelijke honger naar het Woord maar ze krijgen het niet. (Dit is typisch de Rooms-katholieke Kerk, bij de Reformatie werd de Bijbel weer aan het volk gegeven maar al spoedig kwamen er de belijdenisgeschriften die het levende Woord steriel maakte). Het vale paard wordt verbonden met het dodenrijk en zijn occultisme. Dit leidt tot geestelijke dood. De eerste vier zegels betreffen dus de geestelijke wereld met haar uitwerking op aarde9 gedurende de kerkgeschiedenis. Het 5e zegel wordt letterlijk, in de geestelijke wereld genomen. Het 6e zegel (dag des Heren) is ook een geestelijke typologie. De valse kerk schudt op haar grondvesten, de zon (Gods licht) wordt verduisterd door boze machten, Gods licht kan dan de aarde en daarmee de valse kerk niet meer bereiken. Bergen zijn geestelijke machten naar analogie van de berg Sion die de Heilige Geest is. Eilanden zijn bergen onder water in de zee die de religieuze wereld is. De sterren (demonen: onrijpe vijgen) vallen uit de hemel en zoeken hun toevlucht in de bezielde schepping. De valse kerk houdt geen rekening meer met de geestelijke werkelijkheid, voor hen werd de hemel opgerold als een boekrol. De vier engelen op de hoeken der aarde houden een geestelijke storm tegen die zijn weerga niet kent. Eerst moeten echter de gelovigen verzegeld worden met de Heilige Geest (HR7&HR8).

 

Bij het 7e zegel wordt het laatste stukje van de boekrol zichtbaar. Er worden 7 bazuinen zichtbaar. Bij de zeven bazuinen wordt de analogie10 van de stad Jericho genoemd. Hier gaat het om de stad Babel, de valse kerk11.

 

Figuur De bazuinen rond de stad Babel

 

De zeven bazuinen luiden en met hen komen er enorme grote demonische machten over de aarde. Iedereen die niet verzegeld is met de Heilige Geest wordt hierin meegezogen. De hagel en vuur van de 1e bazuin zijn dan een beeld van boze machten en bloed een beeld van de natuurlijke mens. De vermenging duidt erop dat er samenwerking is tussen de mens en de demonische machten. De wereldgeesten zijn de menselijke geesten die de aarde besturen en tot ontwikkeling brachten. Dit wankelt nu en de mens der wetteloosheid staat op. De bomen zijn hooggeplaatste mensen uit de kerken of het politieke leven. Een beeld wat ook in het Oude Testament gebruikt wordt voor leiders. Het groene gras zijn de kinderen. Als de ouders niet met de wapenrusting Gods aan voor ze strijden (in de ouders geheiligd zijn) kunnen ze geen stand houden. Consequent worden de rampen die gebeuren als een geestelijke typologie van geestelijke machten uitgelegd. De bergen, van de 2e bazuin, zijn dan ook geestelijke grootmachten. Het werpen van bergen in de zee12 is dan ook het verdrijven van geestelijke machten door hen in de zee of afgrond te gooien13. Door deze geestelijke machten worden velen onbereikbaar voor het evangelie en gaan ze dus geestelijk helemaal dood. De schepselen in de zee die sterven zijn mensen in de religieuze wereld die geestelijk dood gaan. De schepen die vergaan zijn de kerkelijke instituten. Zo zijn de bazuinen een beeld van demonische machten die over de wereld komen die iedereen geestelijk doen afsterven die niet wandelt in de kracht van de Heilige Geest. Zij worden gebonden door die machten. Zo wordt er scheiding gemaakt tussen de ware kerk en de valse kerk. Terwijl de zonen Gods met kracht het evangelie brengen bekeren de mensen zich niet. Bij de zevende bazuin heeft de scheiding zich voltrokken. Wie vuil is wordt vuiler, wie heilig is nog meer geheiligd. De 2 weeën zijn oordelen over de aarde maar brengen ook de ‘zonen Gods’ voort. Dit laatste is niet in de tekst zelf terug te vinden (HR6&HR7&HR8).

 

Figuur De bazuinen, 2 getuigen en de opname

 

De 2 getuigen zijn de getuigen uit de ware kerk. Dit zijn de Zonen Gods die vervuld zijn van de Heilige Geest en een zeer krachtig getuigenis geven. De 2 getuigen14 hebben tot taak om de kerk (tempel) weer op te bouwen. Hierbij wordt verwezen naar de profetie van Zacharia. Dit is dus een letterlijke symbolische uitleg. Ook hier wordt alles weer op de gemeente betrokken. Door de verdrukking komt de ware kerk tot perfectie. Dat zijn de Zonen Gods. Hun getuigenis brengt scheiding maar moet onder verdrukking plaatsvinden. Dat ook de heilige stad vertreden zal worden wordt geduid als het feit dat er verschil bestaat tussen wedergeboren mensen die nog op aarde wonen en wedergeboren mensen die geestelijk zover gegroeid zijn dat ze in het hemelse Jeruzalem wonen en dus verzegeld zijn, onbereikbaar voor de satan en zijn demonen. Het aardse deel wordt overgegeven aan demonische machten. De getuigen worden na drie en een half jaar (= 42 maanden = 1260 dagen) gedood door de Antichrist15. Openbaring 11:9-11 neemt van den Brink letterlijk en aards. Hij voorspeld een Bartholomeüsnacht waarin alle getuigen gedood worden. Na drie en een halve dag staan de doden weer op. Dan vindt de opname plaats, het teken: “Klimt hierheen op!”. Dit is de laatste bazuin. Deze laatste bazuin klinkt dan ook aansluitend in Openbaring 11. De hermeneutische keuze die hier gemaakt wordt is om het woord ‘dag’ in het hele gedeelte ook echt een dag te laten zijn (HR1). Bij hoofdstuk 12 begint hetzelfde verhaal, van de eindtijd, nog eens. Hier wordt de ware kerk en de valse kerk voorgesteld als de vrouw (Openbaring 12:1) en de hoer (Openbaring 17:1). Dit zijn tevens Jeruzalem en Babylon. Er wordt uitgebreid ingegaan op het feit dat profetieën niet altijd chronologisch zijn. Dit wordt onder andere duidelijk gemaakt met profetieën uit Jesaja. Bij Openbaring 12 wordt de tijdsvolgorde losgelaten.

 

Figuur De vrouw (ware kerk, Jeruzalem) en de hoer (valse kerk, Babylon)

 

Hoofdstuk 12 geeft er ook zelf aanleiding toe om te verwachten dat het hier een herhaling betreft. Ten eerste veranderen de beelden waarin gesproken wordt. En ten tweede gaat dit overnieuw over de strijd die in het vorige hoofdstuk gewonnen was. Hermeneutisch is er dus aanleiding voor om een breuk in het verhaal te verwachten. In tegenstelling tot veel andere uitleggers kiest van den Brink er voor om dit deel alleen in de eindtijd te plaatsen. De vrouw is dan de gemeente die een mannelijke zoon, de ‘zonen Gods’, voortbrengt (HR8). De pijn om te baren is de verdrukking in de eindtijd. De barensweeën zijn de eerste twee weeën die beschreven zijn bij de bazuinen. De bevalling vindt echter plaats voor de eerste bazuin en is de verzegeling. De draak is de duivel, de staart van de draak is het beest uit de afgrond (Openbaring 11:7; 17:8) en het beest uit de zee (Openbaring 13:1). De staart van de draak trekt een derde deel van de gelovigen (sterren des hemels) in de hemelse gewesten, achter zich aan16. Deze uitleg is inconsequent met eerdere betekenissen die aan ‘sterren des hemels’ gegeven werd (HR7). Zie het overzicht van beelden en hun uitleg in Openbaring voor meer details. De hermeneutische keuzes die hier gemaakt worden zijn mogelijk beïnvloed door een prolegomena over de ‘zonen Gods’.

 

Het feit dat de vrouw niet Maria of Israël is die een mannelijke zoon baart, Jezus, verklaart van den Brink door er op te wijzen dat over het verleden nooit in beelden gesproken wordt maar over de toekomst wel.

 

De ijzeren roede17 die de zoon krijgt, Openbaring 12:5, is het zwaard van het Woord waarmee hij klappen uit kan delen in de geestelijke wereld. Het feit dat het kind weggevoerd wordt naar God en Zijn troon betekent niet een opname maar het feit dat de ‘zonen Gods’ hun plek gaan innemen als strijders in de hemelse gewesten. Het feit dat de vrouw de woestijn in vlucht wordt geduid als het wegvluchten uit Jeruzalem en Judea, uit het Babylon, de valse kerk, met haar zonden. Openbaring 18:4 roept hier ook toe op. In de woestijn kan de gemeente dan niet meer vertrouwen op natuurlijke hulpbronnen maar alleen op God. Ook hierin wordt dan de ‘zonen Gods’ zichtbaar. Het kind en de vrouw zijn dus 2 beelden voor hetzelfde. Dit zijn de verzegelden uit Openbaring 9:4. Dan komt er strijd in de hemelse gewesten. Als oorzaak beschrijft van den Brink dat het gaat om het bezetten van de troon van God die Hij wil delen met de vrouw, de gemeente van Christus. Satan wilde eerst deze troon bezetten maar merkt nu dat de ‘zonen Gods’ deze troon als overwinnaars beklimmen. De taak van deze ‘zonen Gods’ is het uitdrijven van demonen en genezen van zieken op het gezag van de Heer. Bij het laatste bazuingeschal worden deze ‘zonen Gods’ verzameld18. Zij strijden en komen helemaal vrij van deze machten. De mens op aarde komt echter onder steeds grotere invloed hiervan te staan. Er zijn drie scènes in Openbaring 12: vers 1-6 op aarde, vers 7-12 in de hemel en vers 13-18 opnieuw op aarde.

 

Hoofdstuk 13 beschrijft het beest uit de zee en de aarde. Het beest uit de zee (geestelijke/religieuze wereld) wordt ook geïdentificeerd als een geestelijke macht. Vanwege de gelijkenis met het beest uit de afgrond uit Openbaring 17 wordt dit aan elkaar gelijk gesteld. Hij vergelijkt dit met het beest uit Daniël 7:7, het vierde dier. Hermeneutisch verklaart hij het verschil door het gezicht van Daniël aards te noemen en in Openbaring geestelijk. Net zoals Gods geest uit zeven geesten bestaat zijn er geestelijk ook zeven koppen aan dit beest, de tegenhanger19 van de Heilige Geest, de geest van de antichrist. De zesde, blijvende kop is occultisme. Dit is de tegenhanger van de kerk van het volle evangelie. De valse kerk rust op deze zeven koppen. De tien horens staan voor de politieke invloed die het beest uitoefent. Het beest symboliseert de antichrist. De duivel geeft aan het eind zijn macht over aan de antichrist. De dodelijke wond van het beest is de Reformatie. Het Woord wordt opnieuw als zwaard gebruikt waarmee de wond wordt toegebracht. Echter de kerk blijft de ware kerk vervolgen. Heksen en de dopers worden ook door Luther en Calvijn vervolgd. En ook in de reformatorische kerk werd het Woord weer van een deel van zijn kracht ontnomen. Ook hier wordt de hermeneutische keuze gemaakt om de tijdsvolgorde los te laten. De dodelijke wond blikt terug in de tijd voor ons maar vooruit voor Johannes. Het tweede beest komt uit de aarde voort. Dat betekent dat het een aards persoon is. Net als Vader, Zoon en Geest vinden we hier de draak, de geest van de antichrist en de persoon van de antichrist. De zee wordt met geestelijk en aarde met aards te vertaald. Verder wordt ook het beeld van de valse kerk, de hoer die op het beest zit, doorgetrokken in deze uitleg.

 

Figuur De valse drie-eenheid

 

Hermeneutisch gaat deze verklaring dus uit van een analogie tussen Vader, Zoon en Heilige Geest en daar tegenover de draak (vader van de leugen), het beest uit de aarde (antichrist) en het beest uit de zee (geest van de antichrist). De naam van het beest wordt de geest der dwaling, antichrist of wetteloosheid genoemd.

 

Het getal 666 wordt aan de hand van de koppen verklaard. De zesde kop zal blijven, die van occultisme. Bij het beeld van Nebukadnessar werden de hoogte van 60 el en de breedte van 6 el genoemd. Het getal 66 dus. Nu wordt er nog een dimensie aan toegevoegd van veel grotere proportie. De aanbidding zal nu niet meer via afgoden gaan maar rechtstreeks zijn. De geest van de antichrist zal zich direct in de mens zetten, de tempel die God toebehoort. De hermeneutische keuzes hier zijn dus geestelijke typologie en analogie. De mens is de geestelijke typologie van de tempel, het getal 666 staat voor de inwoning van de geest van de antichrist naar analogie van de inwoning door de Heilige Geest. Hier wordt dus een allegorische uitleg gebruikt.

 

In Openbaring 14 staan deze twee tegenover elkaar en volgt de scheiding van de twee in de oogst. Het onkruid is gebonden aan de antichrist. Het rijpe graan kan nu geoogst worden. De sikkel is dezelfde als de roep in Openbaring 11: “Klimt hierheen op”. De tweede sikkel oogst de gemeente van de antichrist.

 

Openbaring 15 kondigt de schalen aan en in Openbaring 16 worden de schalen uitgegoten over de valse kerk. Dit wordt weer als een beeld beschreven van demonische machten die mensen nu totaal overnemen. Deze mensen worden totaal onbereikbaar voor het evangelie. Hiermee zijn de hermeneutische keuzes dus in lijn met dus geestelijke typologie van de vorige hoofdstukken. Armageddon wordt vervolgens ook in de geestelijke wereld gesitueerd. De gemeente van de antichrist gaat hier in de geest naar toe. Zij treden uit hun lichaam. Maar zij worden gedood met het zwaard van het Woord. Zij worden losgesneden van hun lichaam dat aan het verderf wordt overgegeven. De geestelijke machten storten in en vallen op de mensen. Er is geen enkele geestelijke macht die zich nog kan verheffen.

 

Openbaring 17, het beest met de 7 koppen wordt verklaard als 7 machten die het fundament van de valse kerk zijn: Heerszucht, Geweld, Uiterlijk vertoon, Leergeesten, Traditie, Occultisme en de 7e die nog niet bekend is wordt geduid als de oecumene. De duiding van deze machten wordt als een poging hiertoe gezien. De vijf die gevallen zijn worden geduid als de eerste vijf koppen. Occultisme blijft dus als macht van het beest. De tien koningen stellen de politieke macht voor vanuit de geestelijke wereld. Het Babylon is verbonden met de koningen der aarde, culturen, wetenschap en religie.

 

In Openbaring 19 wordt nogmaals verslag gedaan van de slag in de hemelse gewesten. Hierbij treden de legerscharen van de antichrist uit hun lichaam. Jezus dood hen vervolgens met de adem van zijn lichaam. Hierbij sterven dus allen die zich verbonden hebben aan de geest van de antichrist. De antichrist zelf wordt met de geest die in hem woont levend in de poel des vuurs geworpen. Hierbij wordt de analogie van het verheerlijkte lichaam van Jezus doorgetrokken naar de persoon van de antichrist die ook loskomt van de aardse materie en op bijzondere wijze in de poel des vuurs verdwijnt.

 

Degenen die overblijven op aarde zijn diegenen die wel gebonden zijn aan boze geesten maar niet aan de antichrist. Het teken dus niet ontvangen hebben.

 

De ‘zonen Gods’ regeren in deze periode en werpen alle demonen uit de schepping in zoverre de mensen dit willen. Zo vindt herstel plaats. Aan het eind hiervan wordt satan nog eenmaal losgelaten en verleid velen. Ook dit is opnieuw een geestelijke strijd.

 

De hermeneutische keuze die gemaakt wordt is om alle strijd die beschreven wordt in de hemelse gewesten te laten plaatsvinden (HR6).

 

Hermeneutisch wordt dus overal de letterlijke uitleg gevolgd waarbij alles doormiddel van geestelijke typologie 1 op 1 vervangen wordt door zijn geestelijke tegenhanger HR7&HR8).

 

Figuur Schema Openbaring Geestelijk Pre-millennialisme

 

1.3         Hermeneutische knelpunten geestelijke visie eindtijd “vd Brink”

 

Een te sterke vervangingsleer waarbij de gemeente de vervanging is van Israël heeft geen Bijbelse basis. De hermeneutische methode om alles te zien als een geestelijke typologie kan en mag dus ook niet te ver doorgetrokken worden. Onder het oude verbond waren er ook mensen die geestelijk waren. Onder het Nieuwe verbond is er ook een hele grote schare die zich Israël noemt maar niet geestelijk is. De gemeente is Israël en de heidenen zijn er bij gekomen, de tussenmuur is weggehaald. Als de geestelijke typologie te ver doorgezet wordt ontstaat er een beeld van de voorafschaduwing van het werkelijke waarbij de voorafschaduwing zijn waarde verliest. Het natuurlijke Israël heeft dan geen waarde meer. Zoals elke correctie in de uitleg te ver door kan schieten is dit risico ook hier aanwezig.

 

De uitleg van Openbaring 12 vertoont diverse knelpunten. De uitleg van de sterren des hemels, de gelovigen20, in Openbaring 12:4 is inconsequent met eerdere betekenissen die aan ‘sterren des hemels’ gegeven werd. In Openbaring 6:13 vallen de ‘sterren des hemels’ (uitleg: boze engelen) ook op de aarde. En de sterren in Openbaring 1:20 worden als engelen geduid. De geestelijke typologie van sterren is hier dus inconsequent (HR7&HR8).

 

Aan de andere kanten knelt het ook in de volgorde van de uitleg van Openbaring 12. De inleiding van hoofdstuk 12 geeft al uitgebreid aan dat profetieën niet altijd chronologisch zijn. Dit geldt wel voor verschillende profetieën die in een zelfde boek beschreven staan maar niet voor zaken die in een zelfde visioen of profetie beschreven staan. Hier geldt dat het profetisch perspectief verschillende dingen vlak na elkaar kan beschrijven terwijl er in werkelijkheid lange tijd tussen zit. Ook zijn er meerdere vervullingen mogelijk van een zelfde profetie. Door echter de tijdsvolgorde los te laten in dit gedeelte wordt elke willekeurige uitleg mogelijk en is het slecht toetsbaar. De uitleg over de ‘zonen Gods’ is hier inconsequent. De verzegeling vindt voor de verdrukking plaats maar de geboorte pas door de verdrukking heen. Terwijl de vlucht in de woestijn aan het begin plaats vindt. Ook het feit dat de vrouw en het kind beiden de ‘zonen Gods’ zijn doet vreemd aan. Ook het feit dat de bevalling voor de weeën plaatsvindt klopt niet. De hermeneutische keuze om de tijdsvolgorde hier helemaal los te laten is niet in lijn met de uitleg van de rest van Openbaring.

 

De allegorische uitleg van het getal 666 is ook niet letterlijk en slecht controleerbaar. Hermeneutisch kunnen we hier dus vraagtekens bij zetten.

 

Het woord ‘zonen Gods’ komt 159 keer voor in de uitleg van Openbaring van van den Brink. In het Nieuwe Testament komt dit woord 2 keer voor in Romeinen 8 en verder niet21. Het begrip ‘zonen Gods’ heeft dus een speciale betekenis gekregen voor van den Brink die mogelijk uitgaat boven wat de rest van de Bijbel hier direct over leert zoals het beklimmen van de troon van God door de ‘zonen van God’(HR8). Dit doet denken aan de "The Manifest Sons Of God Teaching". Van de Brink verwijst in zijn commentaar op 2 Thess. 1:10 waar staat: "wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u." Waar van den Brink aan voorbij gaat is dat dit gebeurd bij "allen die tot geloof gekomen zijn". Het artikel van "Let us reason" duid dit als een New Age gedachte dat bepaalde mensen tot perfectie zullen komen. Als een groep mensen tot perfectie komt (zonder zonde zijn) voordat Jezus terugkomt dan is dat tegenstrijdig met: 1 Johannes 1:8 "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet." Als men zichzelf tot die groep rekent dan zou trots en hoogmoed een enorme valkuil kunnen zijn. Er staat in 2Thess 1:10 duidelijk dat dit gebeurd wanneer Hij komt. Het is dus een werk van God in ons en niet iets wat wij zelf kunnen bereiken!

 

Voorstanders van de ontmythologisering van Bultmann zullen deze uitleg een mythe vinden en alle geestelijke strijd naar het rijk der fabelen verwijzen.

 

Hermeneutisch wordt het hele boek verder in een logische en letterlijke volgorde uitgelegd. Alle beelden en gebeurtenissen hebben een duidelijke betekenis. De geestelijke typologie wordt consequent toegepast op alle terreinen en op Openbaring 12 na hebben ze steeds de zelfde betekenis (HR4&HR6&HR7&HR8).

 

[1] Romeinen 8:19

[2] Brink, Openbaring, bladzijde 18

[3] Brink, Openbaring, bladzijde 85

[4] Openbaring 21:12 En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op de poorten geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israels

[5] Brink, Openbaring, bladzijde 85..89

[6] Brink, Openbaring, bladzijde 67

[7] Brink, Openbaring, bladzijde 63..66

[8] Romeinen 2:28-29

[9] Brink, Openbaring, bladzijde 75

[10] Geestelijke typologie

[11] Brink, Openbaring, bladzijde 102

[12] Mattheüs 17:20  “… indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen…” en 1 Korintiërs 13:2 “… al ware het dat ik bergen verzette….”

[13] Brink, Openbaring, bladzijde 105..106

[14] Openbaring 11:1-14

[15] Hierbij wordt ook verwezen naar Daniël 7 vers 25. Ook Openbaring 12:14 spreekt over 1260 dagen = 42 x 30 dagen.

[16] Brink, Openbaring, bladzijde 171

[17] Zie ook Openbaring 2:27

[18] Brink, Openbaring, bladzijde 177

[19] Brink, Openbaring, bladzijde 197

[20] Er wordt verwezen naar de sterren rond het hoofd van de vrouw als het beeld van de gelovigen.

[21] In het Oude Testament wordt dit ook 5 keer genoemd maar dan in een andere betekenis.

 

Reacties naar: redactie @ eindtijddwaling . nl

Jezus Christus is De Weg, De Waarheid en Het Leven

De tekst op deze website is ontleend aan de NBG-vertaling 1951 © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
Copyright 2012 Henk Haveman, Eemnes.