Eindtijd Profetie / Dwalingen
Theologie

 

Eindtijd Theologieen

 

 

De eschatologie (leer van de laatste dingen) heeft in de geschiedenis allerlei ontwikkelingen doorgemaakt. (bronnen Erickson1, Spijker2, Pawson3 en McGrath4) Een deel heeft te maken met de visie op het duizend jarig rijk en een deel met de visie op de eschatologie als geheel. Er was eerst veel aandacht voor de spoedige wederkomst van Jezus Toen dit uitbleef kwam er meer aandacht voor het 1000 jarig rijk (Chiliasme). Er was altijd al belangstelling geweest voor het chiliasme in joods-christelijke kringen die op basis van het Oude Testament kwamen tot een materialistische uitleg hiervan maar het chiliasme kwam nu onder een bredere aandacht. Dit was o.a. bij Irenaeus (140-190) die in een boek al verwijst naar bisschop Papias van Hierapolis (begin 2e eeuw) die de enorme vruchtbaarheid van de aarde in het millennium had beschreven5. We noemen dit ook wel klassiek pre-millennialisme of historisch pre-millennialisme. Dit was de belangrijkste stroming in de eerste eeuwen na Christus en ook na 1600 is dit weer opnieuw in de belangstelling gekomen. Het interpreteert Openbaringen 19 en 20 letterlijk zoals het er staat. Het gaat uit van lichamelijke regering van Christus op aarde gedurende duizend jaar. Eerst werd er nog verschil gezien tussen Israël en de kerk6 maar later is het woord Israël gebruikt voor de kerk7.

 

Origenes8, van de Alexandrijnse school en leerling van Clemens, was het die de allegorische tekstuitleg in bredere kring introduceerde. Hij zocht naar verdieping in de uitleg in plaats van de letterlijke historische uitleg. Hij verwierp het Pre-millennialisme als een joodse manier om alles materialistisch uit te leggen. Hij volgde het A-millennialisme. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament diende geestelijk te worden uitgelegd. Hij zette hiermee de deur open voor tal van dwalingen.

 

Toen in 324 Constantijn aan de macht kwam en in 380 Theodosius de staatskerk uitriep duidde Eusebius van Caesarea dit als het realiseren van het rijk van Christus. Zo ontstond het Politiek post-millennialisme. Het leek erop dat er een aards koninkrijk, politiek geleid door Rome, van Christus was gekomen. De wederkomst werd na dit koninkrijk verwacht.

 

 

De val van Rome en het Romeinse rijk bracht hier een einde aan. Augustinus, die leefde tijdens de val van Rome en de ineenstorting van het Romeinse rijk, maakte ook gebruik van de allegorische uitleg. Het feit dat de christenen de schuld kregen van de val van Rome zette Augustinus er toe aan om “De Stad Gods” te schrijven ter verdediging van de Christenen. Hierin staat de verhouding tussen de stad Gods en de stad van de wereld centraal. Het tijdperk van de kerk bevindt zich tussen de komst en wederkomst (het einde). Dit wordt ook wel geestelijke post-millennialisme genoemd. Christus regeert in de hemel (geestelijk) en op aarde via de gemeente. Jezus komt pas terug (post) na het millennium. Openbaring symbolisch gezien waarbij de kerkgeschiedenis verschillende keren beschreven wordt, belicht vanuit een ander gezichtspunt. Dit is de officiële leer van de Rooms-katholieke kerk. De leer van de reformatorische kerk ligt in het verlengde daarvan. Augustinus introduceerde ook de sacramenten leer waarbij het teken (sacrament) en de zaak (res) van elkaar gescheiden werden. Door het teken van het sacrament ontvang je de zaak. Later kwamen er andere indelingen.

 

Joachim van Fiore deelde de tijd in in drie tijdperken, de tijd van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het tijdperk van de Zoon zou in 1260 eindigen. Hierna zou er een radicale tijd van de Geest aanbreken9. Dit maakte dat er een sterke eindtijdverwachting was in die dagen. Later zouden er nog verschillende andere voorspellingen volgen.

 

Luther, Calvijn en Zwingli (Reformatie) waren meer gericht op de redding (soteriologie) dan op de eschatologie. Het opnemen van Openbaring in de canon vonden ze in feite een dwaling. Het millennium verwezen ze hiermee naar het rijk der fabels10. We noemen dit ook wel sceptisch a-millennialisme. Deze visie verwerpt het profetische karakter van het boek Openbaring. Luther, Calvijn en Zwingli geloofden wel in de wederkomst aan het einde der tijden maar vonden het opnemen van Openbaring in de canon een dwaling. Calvijn geloofde dat de wederkomst in zichtbare gestalte zal zijn11. Luther verbond het Koninkrijk van God niet aan de kerk zoals Augustinus dat deed. Bij Luther stond bij de eschatologie het kruis centraal. Bij Calvijn, Zwingli en Bucer het kruis en de opstanding, de rechtvaardiging werd gekoppeld aan de heiliging en het Koningschap van Jezus. Daarmee werd een zekere continuïteit tussen het heden en de toekomst benadrukt. Aan het eind zou Jezus het Koningschap overdragen aan de Vader12. Hiermee stonden ze feitelijk in het verlengde van Augustinus. De redding van de mens was ontkoppeld aan het vagevuur en de aflaatpraktijken maar het boek Openbaring bleef een boek dat alleen in symbolische termen de kerkgeschiedenis beschreef en dus allegorisch uitgelegd diende te worden.

 

In deze periode ontstonden ook diverse radicale groeperingen waaronder de dopers met Menno Simons die een sterke eindtijd verwachting hadden. Daarnaast waren er de dwepers die radicaal waren. Thomas Müntzer had de geschriften van Joachim van Fiore gelezen en predikte revolutie. Hij geloofde dat het aardse leven in het hemelse kon opgaan. Dit was een extatisch-chiliasme waarbij hij het zwaard hanteerde om dit te bereiken. Hij belande op het schavot13. De beweging viel al gauw uit elkaar.

 

Rond 1600 kwam de Nadere Reformatie / Piëtisme / Puritanisme. Brakel, die veel invloed kreeg, beschreef in zijn boek Redelijke Godsdienst in het derde deel zijn visie die ook wel als een schijnbaar chiliasme wordt geduid. Hij geloofde in een terugkeer van het joodse volk en de volledige bekering van Israël. Ook Jeruzalem wordt herbouwd maar de tempel wordt niet herbouwd. Er komt wel een duizendjarig rijk maar geen wereldregering van Israël met Jezus op een aardse troon. Zij draagt echter wel bij aan de staat van de kerk die 1000 jaar zal duren14.

 

Binnen het puritanisme ontstonden ook radicalen waaronder Owen, de grote theoloog van de independenten in Engeland, die Cromwell adviseerde. Cromwell, koning van Engeland, pleegde een staatsgreep en stuurde het Lange parlement op 20 april 1653 naar huis en riep op 4 juli het nieuwe parlement bijeen, bestaande uit godvrezende mannen. Hij geloofde dat de dag, van het Koninkrijk, aangebroken was15. Er leefde ook onder de volgelingen van Luther, o.a. Spener, nog wel een verwachting van een geleidelijke ontwikkeling van het duizend jarig rijk. De diverse oorlogen deden deze hoop vervagen.

 

Tijdens de Verlichting werd de eschatologie steeds meer als bijgeloof gezien. Troeltsch zag in de verlichting seculiere opvatting van deze toekomstverwachting en Moltmann typeerde het als een verwerkelijkt chiliasme. Wel vindt er nog een opleving (van het puritanisme met zijn chiliastische trekken) plaats door de opwekkingsbewegingen bij John Wesley en George Whitefield. John Wesley predikte een eigen verantwoordelijkheid in de uitbreiding van Gods Koninkrijk.

 

Darby (1830) introduceerde het Dispensationeel pre-millennialisme. In 1828 had hij, door het lezen van de brief aan de Efeziërs, het inzicht gekregen dat er verschil was tussen Israël en de kerk16. John Nelson Darby woonde in Plymouth en richtte de Plymouth Brethren (Vergadering der gelovigen) op. Het dispensationalisme lijkt op het klassiek pre-millennialisme maar zet het in een ander kader. De tijd wordt opgedeeld in bedelingen of dispensaties. In ieder tijdperk gaat God verschillend met de mensen om. Het Koninkrijk heeft Jezus bij zijn eerste komst aan de joden aangeboden. Omdat zij dit verworpen hebben is dit uitgesteld tot na de wederkomst. Het tijdperk van de gemeente (mysterie) is er tussen geschoven17. Christenen (gemeente) hebben hun bestemming in de hemel en de joden blijven op de aarde. De gemeente wordt vlak voor de grote verdrukking opgenomen (geheime opname) in de hemel en keert met Christus weer terug bij de wederkomst. Het oudtestamentische Koninkrijk wordt hersteld, de tempel herbouwd inclusief de offerdienst (als een herdenken van het offer van Christus). Vooral door het uitbrengen van de Scofield Reference Bible18 kreeg deze leer grote bekendheid.

 

Aan het einde van de 19e eeuw “herontdekten” Weiss en Schweitzer opnieuw de eschatologie. Ze stelden dat de prediking van Jezus apocalyptisch van aard was. Dodd introduceerde de gerealiseerde eschatologie. Hij beweerde dat de laatste dingen in feite al gebeurd zijn. Met betrekking van het Koninkrijk van God kan men momenteel drie standpunten onderscheiden: Futuristisch (nog in de toekomst verborgen), Ingeluid (nu al invloed maar nog geen volledige realisering, heeft meeste aanhangers) Gerealiseerd (met de komst van Jezus). Bultmann beschreef in 1926 Jezus als een eschatologische figuur. Later kwam hij met zijn ontmythologisering. Alles moest existentieel verklaard worden. Het oordeel is dan uiteindelijk ons eigen oordeel over onszelf als wij de dood onder ogen moeten zien. Dit is het mythisch a-millennialisme. Het neemt Openbaring 20 niet als een feit in de eenvoudige betekenis maar als een boodschap. Het woord mythe slaat dan op de morele en geestelijke waarheden die er in staan. Het is dan een vorm van poëzie. Het is echter geen allegorie omdat dan alles voor iets anders staat. Alle wonderen in de Bijbel werden als mythe gezien. Bultmann betrok dit zelfs op de opstanding van Christus en laat daarmee zien hoe groot zijn dwalingen zijn. Op het boek Openbaring liet hij ook zijn ontmythologisering los. Het millennium houdt dan in dat Christenen en Christus samen in staat zijn om het territorium van satan over te nemen. Het wordt existentieel, iets wat mogelijk nu kan gebeuren. Deze uitleg lijkt veel op het post-millennialisme waar ook de wederkomst na het millennium ligt en er sprake van realisatie van het rijk door de mens is. Het verschil is dat het hier gaat om het verslaan van satan.

 

Moltmann (1964) kwam met de theologie van de hoop. Hij bedoelde hiermee de algemene hoop van de schepping. Hij onderstreepte het grote belang van de hoop voor de theologie en vond dat daarom de eschatologie voorop moest staan. Thielicke (1958-1964) verbond ethiek en eschatologie met elkaar. De christelijke ethiek moet leven tussen het spanningsveld van de huidige wereld en de toekomstige werkelijkheid.

 

Binnen de pinksterbeweging in Nederland ontstond de stroming “Kracht van Omhoog” naar een gelijknamig blad dat onder leiding van J.E. van den Brink uitgroeide tot het nationale pinksterblad. Door het bezoek van Thomas Lee Osborn, in 1958 aan Nederland, kreeg de pinksterbeweging een stevige stimulans. In 1960 ontstonden de Holy Gost meetings in Driebergen waar vd Brink een van de leiders en sprekers was. Het uitwerpen van demonen had een belangrijke plaats op deze meetings. Tegen het uitdrijven van demonen bij wedergeboren christenen ware grote bezwaren vanuit de pinksterbeweging. De strijd in de hemelse gewesten werd getypeerd als de hoge weg. Dit werd steeds verder uitgewerkt. Hier ontstonden ook een aantal dwalingen. Van den Brink stelde dat de mens uit zichzelf niet zondig is (hij wees de  erfzonde af)  maar dat zonde ontstaat door contacten met boze geesten. Twee zaken stuitten op ernstige kritiek: De leer dat God alleen maar goed is en dat de opdracht aan Abraham om Izaäk te offeren dus van de duivel geweest moest zijn maar ook en nog veel ernstiger dat het offer van Jezus ter genoegdoening van satan was en de leer van een geestelijk Israël (1966), er zou geen herstel komen van het natuurlijke Israël19. In dat jaar begon hij ook aan een tekst voor tekst verklaring van het boek Openbaring. Hierbij wordt Openbaring voornamelijk geduid als de strijd in de hemelse gewesten. We noemen dit Geestelijk Pre-millennialisme. Wat deze visie interessant maakt is de compleet andere kijk op het boek Openbaring. Daar waar het dispensationalisme een hele materialistische uitleg geeft is er hier sprake van een uitleg die heel duidelijk de hemelse gewesten er bij betrekt. Ook de visie op de gemeente is compleet anders.

 

Het ontstaan van de staat Israël in 1948 en het naderbij komen van het jaar 2000 doen de eschatologische verwachting weer opleven. De boeken van Hall Lindsey en Tim Lahey worden in grote oplage verkocht. Zij blazen het dispensationalisme extra leven in en leggen de krant naast de Bijbel. Deze stroming krijgt zoveel aandacht dat het haast lijkt alsof dit de enig mogelijke uitleg is. Bij deze stroming leeft een sterke gedachte dat het 2 voor 12 is en dat de opname20, tijdens een verborgen wederkomst, elk moment kan plaatsvinden. In de Bijbelteksten die over de wederkomst en de opname gaan worden dezelfde woorden gebruikt. Zie hiervoor ook het overzicht hierover. In geen van deze Bijbelteksten wordt de wederkomst en de opname beide genoemd en beschreven als twee los van elkaar staande gebeurtenissen. Toch splits vooral het dispensationalisme deze teksten op in een “geheime, niet zichtbare” komst voor de opname en een wederkomst die door allen gezien zal worden. Dit is in tegenspraak met de letterlijke uitleg van de Bijbel die deze stroming voorstaat. Ook in Mattheüs 2421 wordt er een niet door Jezus beschreven opname in de tekst toegevoegd of ingelezen die er niet letterlijk staat.

 

[1] Erickson, Christian Theology,  bladzijde 1212 - 1224
[2] Spijker, Eschatologie, bladzijde 148-465
[3] Pawson, D., Wanneer Jezus terugkomt… (Vertaling, Barneveld: Koninklijke BDU Grafisch Bedrijf bv, 2001) bladzijde 321-325 (Klassiek pre-millennialisme), 313 - 316 (Geestelijke post-millennialisme), 308 – 319 (Sceptisch a-millennialisme), 310 - 313  (Mythisch a-millennialisme), 316 – 321 (Politiek post-millennialisme), 325-331 (Dispensationeel pre-millennialisme)
[4]McGrath, A., Christelijke theologie, Een introductie (Vertaling Ferguson-Postma, H.A., Kampen: Kok, 2e druk 2000) bladzijde 482-490
[6] Barnabas 5.2
[7] Justin Martyr (ca 160 AD)
[8] Spijker, Eschatologie,  bladzijde 160-162
[10] Pawson, Wanneer Jezus terugkomt, bladzijde 309
[11] Spijker, Eschatologie, bladzijde 229 over de laatste dingen uit de Institutie
[12] Spijker, Eschatologie, bladzijde 235
 
[14] Spijker, Eschatologie, bladzijde 284..285
, bladzijde 302
[16] LaHaye, T. / Jenkins, J.B., Het einde der tijden (Vertaling; Kampen: Uitgeverij Kok) bladzijde 105
[17] Hoddenbagh, Openbaring, bladzijde 13
[18] Door Dr. C.I. Scofield in 1909
[19] Laan, van der C., Geschiedenis van Kracht van Omhoog (Gorinchem: Stichting Uitgeverij Rhemaprint) http://www.rhemaprint.nl/geschiedenis.htm
[20] Bakker, H., De eindtijd, www.elimnet.nl/index.htm?content/Geloof/lezingbakker.htm  De heer Bakker geeft in een lezing hier bij de tekst in 1 Tessalonicenzen 4:17 aan dat de gelovigen hier de Here Jezus in de lucht tegemoet gaan. Hierbij moeten we denken aan een beweging van Jezus naar de aarde toe. Anders kun je Hem niet tegemoet gaan, het zou dan achterna gaan zijn. Daarnaast word duidelijk gemaakt dat de laatste bazuin in 1 Corinthiërs 15:52 ook echt de laatste bazuin is. Deze kan dus niet klinken voor de laatste (7e) bazuin in het boek Openbaring.
[21] Hierbij wordt er een extra opname in Mattheüs 24:13, 14 gelezen. Vers 15 wordt dan gelezen als komende na dit einde waarbij de gelovigen behouden en dus opgenomen zijn. Vers 15 kan echter ook een extra inzoomen op het laatste gedeelte van de eindtijd zijn waarbij vers 14 dan samenvalt met vers 30.

 

Reacties naar: redactie @ eindtijddwaling . nl

Jezus Christus is De Weg, De Waarheid en Het Leven

De tekst op deze website is ontleend aan de NBG-vertaling 1951 © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
Copyright 2012 Henk Haveman, Eemnes.